|
| AlgemeenDe Keeshond is een aanhankelijke gezins- en gezelschapshond, altijd oplettend, levendig en bijzonder aanhankelijk aan zijn baas. Hij is erg leergierig en dus gemakkelijk op te voeden.
Hij is een goede waakhond door zijn wantrouwen tegenover vreemden. Hij is noch angstig noch agressief. Een van zijn meest opmerkelijke eigenschappen is zijn robuustheid en zijn lange levensverwachting. Hij past zich zeer goed aan aan verschillende weersomstandigheden.
Met zijn lange vacht is het een mooie hond, deze vacht is redelijk eenvoudig te onderhouden. Een dwergkees doet niet onder voor de grotere soorten, hij is net zo fier, dapper en waaks.
Geschiedenis:De Nederlandse Keeshond vindt zijn oorsprong, bij de Turf- en moerashonden. In Zwitserland zijn fossiele resten gevonden van deze honden, ze dateren uit plus minus 4000 jaar voor Christus. De zelfde resten zijn ook gevonden in Noord- en Zuid Europa.
In de vroege middeleeuwen, kun je de Keeshond vinden op de stempel van de stad Amsterdam (Sigillum Oppidi Amstelodamensis). Deze stempel kun je zien in de bibliotheek van de Yale University, New Haven, V.S.. Op deze stempel zie je een Keeshond afgebeeld, die nieuwsgierig over de reling van een boot aan het kijken is.
De rede waarom je de Keeshond, na die tijd bijna nergens op afbeeldingen en schilderijen tegenkomt, is gelegen aan het feit dat de eigenaren van de Keeshonden, meestal "gewone" mensen waren, die geen geld hadden voor zulke luxe. Je zag de Keeshond wel op de vaandels van de Patriotten en bij sommige politieke partijen.
Hier heeft de keeshond hoogwaarschijnlijk ook zijn huidige naam van gekregen. Een van de leiders van de Patriotten, genaamd Cornelis de Gijselaar (1751-1815), werd Kees genoemd, deze "Kees" had een Spitshond en al gauw werd door de bevolking de naam Keeshond aan deze hond toegekend. Dit is een van de verhalen hoe de Keeshond aan zijn naam komt.
In 1790 schreef een onbekende schrijver in Nederland het eerste boek over de Keeshond, dit boek is genaamd; Gevallen van een Keeshond in der Nederlanden. De Keeshonden werden in die tijd gebruikt voor het te bewaken van erf en goed, ook werd hij vaak gezien op de trekschuiten, hier kreeg de Keeshond de volgende bijnamen door; Schippers Kees en Kapitein. In 1891 zag je de Keeshond voor het eerst in Nederland op een tentoonstelling.
Tegenwoordig wordt de Keeshond voornamelijk gebruikt voor huishond, op boerderijen zie je ze niet veel meer, de plaats van de Keeshond als waakhond is nu overgenomen door de herdershond.
RasbeschrijvingKijk voor de officiële rasstandaard (NL) op de volgende pagina
Algemeen Keeshonden vallen op door hun mooie, uitstaande vacht. Om de hals vormt zich een volle, manenachtige kraag. Het vosachtige hoofd met de schrandere ogen, de spitse, dicht bij elkaar geplaatste oren, en de sterk over de rug gekrulde, zwaar behaarde staart, verlenen de Keeshond de eigen karakteristieke fierheid. Zijn voortdurende argwaan ten opzichte van alles wat vreemd is, desinteresse voor zwerven en stropen, en zijn spreekwoordelijke waaksheid, maken de Keeshond tot een hond bij uitstek voor huis, haard en hart.
Hoofd Middelmatig groot. Van boven gezien versmalt het hoofd zich wigvormig tot de neuspunt. Van opzij gezien is er sprake van een matige stop. De snuit is niet te lang en in goede verhouding tot de bovenzijde van hoofd en voorhoofd. De neusspiegel is rond en klein. Een weinig ramsneus is gewenst. De kleur van de neus is diepzwart, maar bij bruine exemplaren donkerbruin. De lippen moet goed aansluiten en mogen geen plooien vormen bij de mondhoeken. De kleur van de lippen en oogranden is zwart. Bij bruine exemplaren zijn ze bruin.
Gebit Schaargebit.
Oren Klein en dicht bij elkaar geplaatst; hoe dichter hoe beter. Driehoekig. Hoog aangezet. Worden altijd rechtop gedragen en niet tippend aan de toppen.
Ogen Middelmatig groot. Ovaal gevormd en enigszins schuin geplaatst. Altijd donker van kleur.
Lichaam De hals is middelmatig lang. De rug is zo kort mogelijk, geheel recht, maar vóór iets hoger dan achter. Diepe borst. De ribben zijn gewelfd. De buik is naar achteren iets opgetrokken. Schouderhoogte:
Benen Middelmatig lang, in verhouding tot het lichaam. Stevig en goed recht. De achterbenen zijn in het spronggewricht iets gebogen.
Voeten Zo klein mogelijk. Rond, met gewelfde tenen. Zogenaamde kattevoeten.
Staart Middelmatig lang. Hoog aangezet. Direct van de staartwortel omhoog naar voren over de rug liggend, dan zijdelings naar rechts of links gebogen en ringvormig gerold. Moet vast op de rug liggen of direct op de rug zijn gerold.
Vacht Hoofd, oren, voeten, buiten- en binnenzijde van de voor- en achterbenen, zijn kort en dicht behaard. Het overige deel van het lichaam is overvloedig en lang behaard. Raskenmerkend voor het haar van de Keeshond is dat het voornamelijk rondom de hals en schouders los en recht van het lichaam afstaat, zonder gegolfd, kroezig of ruig te zijn. Op de rug mag het haar niet in een scheiding vallen, maar moet het los naar alle kanten uitstaan. Het haar is het langst onder de hals en aan de staart. De achterkant van de voorbenen heeft een sterk ontwikkelde, geleidelijk naar beneden verlopende bevedering van de elleboog tot aan de buiging van de voorknie. Aan de achterbenen reikt de bevedering niet helemaal tot aan het spronggewricht.
Kleur Diverse kleurslagen:
Omschrijving kleuren:
Bijzonderheden Fouten(gelden voor alle variëteiten van de Keeshond): vlak hoofd, appelhoofd; te grote en te lichte ogen, bolle ogen, entropion; te lange oren, te wijd uit elkaar staande oren, tiporen; vleeskleurige neus, oogleden en lippen; gegolfd of in een scheiding vallend haar. Bij de Grijze Keeshond een te donker masker of witte vlekken; bij de oranje Keeshond een witte broek en staart; fouten in bouw en gangwerk. Bij Grijze, Witte, Zwarte, Bruine en Middenslag Keeshonden het ontbreken van premolaren; boven- en ondervoorbijten; monorchisme en cryptorchisme.
Gastenboek
Laatst bijgewerkt 13-06-2006 |




